Fragment

Liever pdf? pdf

PROLOOG

Ken je dat filmpje van die baby en die slagroomtaart?
Nee?
Het gaat zo:
Een baby zit in een kinderstoel en lacht naar de camera. Voor hem staat een taart met een kaars. De baby prikt met z’n middelvinger in de slagroomlaag: z’n romper vat vlam.
De camera schokt maar het beeld blijft scherp en het kind wappert met z’n vlammende arm.
Linksboven in beeld verschijnt nu een man,  hij heeft een plastic beker bruine vloeistof in z’n hand. Ice Tea, misschien is het cola. De man leegt de beker over de arm van de baby. Het vuur dooft, de baby kraait, graait in de taart, kijkt opnieuw in de camera.
En smeert twee handen slagroom in z’n ogen.
Hier gaat het beeld op zwart.
Tenminste, in de versie die nu op internet staat. Die duurt precies één minuut, het oorspronkelijke filmpje is langer: slagroom loopt zeven seconden lang over de slapen van de baby omlaag. Maar hij huilt niet, hij kijkt alleen maar.
Recht in de camera.
In 1985 was het filmpje voor het eerst op de Nederlandse televisie, tijdens Jouw Leukste Thuisvideo. Het was volgens de jury het beste fragment uit de hele aflevering, dus de moeder die het instuurde kreeg een Betacam cadeau. Een paar jaar later verscheen het filmpje in een Amerikaanse show. Er stonden nu stemmetjes onder. Hi deedledeedee, hoor je de baby in een mannenstem denken:
‘Hi deedledeedee it’s my birthday so  you bet I’m gonna eat this cake!’
‘Watch out Junior,’ roept een vrouw buiten beeld als de baby z’n vinger in het deeg steekt. En na het legen van de beker zegt de baby: ‘Oh no, I think I’m wet mommy.’
De Amerikaanse show werd verkocht aan TvTokio en TvTokio heeft het filmpje van de baby met de taart vertaald. ‘Karuchi!’  doet de baby daar. En: ‘Daisi ko ko koiya. Ya ya, yayaya!’ Bij het vlamvatten hoor je mensen lachen en bij het smeren van de slagroom ook. De man met de beker vonden de Japanse lachers minder grappig: bij het blussen blijft het stil. Sindsdien is het filmpje van één minuut en zeven seconden in zestien landen uitgezonden.
Daar heeft die baby nooit geld voor gekregen. Ik kan het weten.
Want ik, Florence Vos, vijfentwintig, was die baby.
Wist je dat?
Waarschijnlijk niet. Ik heb het in ieder geval in nog geen enkel tijdschrift gelezen. En als je mijn naam intypt bij een zoekmachine, verschijnen er hele andere dingen. Zelfs journalisten hebben er nooit naar gevraagd.

Ik had er net nog een op bezoek. Een journalist, hier; in mijn kamer. Hij droeg een trui van kunststof zo dun dat zijn schouderbladen er haast doorheen staken.
‘Mooie trui,’ zei ik.
‘Dank u,’ deed de journalist.
Ik gaf hem een mok thee en een roze koek, of eigenlijk: glacé. Ik ben dol op glacé maar de journalist heeft zijn koek niet opgegeten. ‘Hoe is het allemaal begonnen?’ vroeg hij al tijdens de thee. Ik kon het hem niet vertellen. Daarom zei ik: ‘Wil je niet iets anders weten? Wat ik leuke programma’s vind op tv? Wat voor dagcrème ik gebruik of welke lippenstift?’
De journalist schudde zijn hoofd.
Toch zei ik: ‘Premier Rouge van Chanel, de gelimiteerde editie uit 2003. Qua lipstick dan hè? Als dagcrème gebruik ik nu Q10 Oxide. Ken je dat? Het bevat een bestanddeel dat ze pas een paar jaar geleden ontdekt hebben, een heel speciale vitamine; het stimuleert revitaliserende peptides en de aanmaak van anti-oxiderende pesticiden. Chelaterende stoffen als lactobionzuur en gluconolacting absorberen het ijzer uit de opperhuid, en dat veroorzaakt veroudering. Q10 helpt het lactobionzuur te neutraliseren, wil je het potje zien?’

Mijn moeder zei altijd: ‘Op schoonheid moet je nooit beknibbelen.’ Maar zelf deed ze dat wel. Zo smeerde ze alleen haar gezicht met dagcrème in, nooit haar decolleté. Terwijl de verpakking toch echt adviseerde: ‘gezicht, hals en decolleté dagelijks goed insmeren.’
Een truc, zei mijn moeder. Een truc om haar nog meer dagcrème te laten aanschaffen; ze zou er niet intrappen.
De laatste keer dat ik mijn moeder zag zaten haar hals en decolleté vol groeven en levervlekken. Maar haar gezicht was gaaf.
Op de blauwe plekken na.

De journalist bewoog een pen over zijn kladblok maar ik zag dat hij niets opschreef.
Ik vroeg: ‘Wil je nog een koek?’
Hij zei: ‘Nee dank u, ik heb nog’
‘Maar houd je wel van glacé? Ik heb ook nog pennywafels hoor. En kokosmakronen. Wil je misschien een kokosmakroon?’
Ik weet zeker dat de journalist toen twijfelde.
‘Zal ik de trommel even halen? Dan kun je zelf iets uitzoeken. Al moet ik je toch echt de kokosmakronen aanraden.’
‘Nee,’ zei de journalist, ‘maar wel heel aardig.’
Ik keek naar een krokodilletje op z’n borst.
‘Ik moest maar eens gaan, denk ik,’ zei de journalist.
Hij pakte z’n jack van mijn kapstok en vertrok. Naar huis, of nog even naar de redactie om te werken aan een artikel over de Krisis, want aan het interview met mij had hij natuurlijk niets.

Ik weet wel wat die journalist wilde weten. Dat wat iedereen wil weten. Drie dingen maar:
Of.
Hoe.
Waarom.
Maar ik mocht het hem niet zeggen: ik heb een contract ondertekend. Zonder kleine lettertjes maar met exclusieve rechten. En de belofte het hele verhaal te vertellen.
Alleen aan jou.
Als je nu doorleest, kom je alles te weten. Of, hoe en waarom. In die volgorde, want zo heb ik het beloofd.

lipstick